Bloemenlint

In Amsterdam Noord heeft Stichting Beelease in samenwerking met het Stadsdeel Amsterdam-Noord, vanaf 2013 een 15 kilometer lang bloemenlint aangelegd.   Enthousiaste bewoners adopteren vervolgens in hun buurt de bloemenstroken. Op Google Maps worden de resultaten bijgehouden.  

WIL JIJ OOK EEN BLOEMENLINT?
Jawel, de bloemenlinten in Noord zijn voor iedereen. We zoeken Ambassadeurs. Dat zijn de bewoners zoals jij met een eigen bijdrage om het zwervuil en het onkruid uit jouw Bloemenlint te verwijderen. Een eenvoudig en leuk klusje waarmee je de bloemen van heel dichtbij ziet groeien.

HOE kan ik me voor een Bloemenlint aanmelden?
Aanmelden kan je via deze website.
Klik hierna op AANMELDEN

plattegrond bloemenlint vorbeeld
Borden bloemenlint

Beelease is initiatiefnemer van het 15 kilometer lange Bloemenlint in Amsterdam-Noord. Samen met de dienst Groenbeheer worden de ingezaaide bedden onderhouden. Buurtbewoners helpen mee en zijn de adoptanten van een Bloemenlint in de buurt. De adoptanten letten op de groei en tellen de aantallen en soorten insecten. We streven in onze plantenkas naar een teelt van ruim 15.00 extra  plantjes verdeeld over 15 verschillende soorten kruiden. Deze plantjes worden langs en in de bestaande Bloemenlinten in Amsterdam-Noord uitgezet. Na de bloeiperiode wordt het zaad door de leerlingen van de scholen verzameld en in het volgende jaar opnieuw voor de teelt gebruikt. Het aantal kruiden zal daarmee in de bermen en plantsoenen terugkeren. Langs de Bloemenlinten komen borden met uitleg over het nut van deze kruiden. . 

Voor de kweek van veel meerjarige drachtplanten heeft Beelease een 130 m2 tunnelkas aangeschaft. In het voorjaar van 2018 is de kas in gebruik genomen. Met hulp van vrijwilligers en deelnemers van de DWI  worden de plantjes gezaaid, verspeend en verpot. In de tuin van Beelease worden de planten tot volwassen grootte opgekweekt.

Deze kweekkas voorziet en faciliteert in de teelt en de verzorging van planten als werkervaringsproject van de afdeling WPI van de Gemeente Amsterdam. De medewerkers – vrijwilligers en via de DWI – krijgen les hoe te werken met zaaien en uitdunnen , verpotten en watergeven. Het levert vaardigheden op voor een aparte en veel gevraagde bedrijfstak. Met de circulaire economie en druk op de energie beperking wordt de afstand tussen productie en consumptie sterk verkort. In en rond de grote steden ontstaan op kort termijn mini productie plantages. Veel handwerk dus en veel vraag naar ingewerkte arbeidskrachten met kennis van zaken. 

INSECTEN
Insecten leven wat de natuur aanbiedt. In principe zijn in de natuur en ook insecten,  elkaars concurrent. Echter, in de diverse aanwas van planten ten dele. Wegens symbiose – tezamen leven – zijn specifieke insecten en planten aan elkaar gekoppeld.  De vliegende insecten zijn afhankelijk van de directie omgeving; vaak niet meer dan 300 meter. Honingbijen – bijen- behoren tot de orde van de vliesvleugeligen en zijn efficiënt in verzamelen van voedsel en vliegen zeker 3000 meter ver. Slechts indien de opbrengst hoger is dan de kosten, vliegen de bijen naar de bloemen. 

Het biotoop in Nederland neemt drastisch in aantal en verscheidenheid af. Zeker bij de randgebieden rond de grote steden zijn insecten vrijwel afwezig omdat gemaaide bermen, stenen tuinen en gemaaid gras overal de wilde natuur heeft verdrongen.

CONCURRENTIE
De concurrentie van bijen t.o.v. de mindere soorten is bewezen minimaal. De oorzaak zit in het gedrag en de tonglengte.  De bij vliegt pas uit als er flink wat nectar en stuifmeel te halen valt. De tong van de honingbij is te kort om de nectar in diepe kelken te bereiken. Hommels, de metselbij en de zandbij als voorbeeld, kunnen wel bij de diepe kelkjes komen. In het voorjaar, vanaf maart,  komen mini-bloemen massaal op en bloeien met witte kelkbladeren om het UV-licht te weerkaatsen. Binnen een straal van 300 meter foerageren de kleine insecten op deze bloemen. De honingbij zoekt het hoger en vliegt op de bloesem van fruitbomen en rosaria. 




NIEUWSBRIEF februari 2018

NIEUWSBRIEF juli 2017

NIEUWSBRIEF april 2017